Een boos kind geeft zijn grenzen aan.


Een boos kind geeft zijn grenzen aan.

Ze stonden in de rij op het schoolplein. De bel was net gegaan en alle kinderen verzamelen zich netjes. 2 jongens staan naast elkaar gezellig te praten terwijl ze op de juf wachten tot er een meisje komt aanlopen. Ik moet hier tussen staan zegt ze want dit is mijn plek. Er zijn geen vaste plekken in de rij zegt de ene jongen dus ga maar achteraan staan. Dit is het meisje duidelijk niet van plan en ze begint te duwen en zich tussen de 2 jongens te wringen.

Beide jongens kijken elkaar aan en zeggen tegen het meisje, he joh, nieuw duwen, je kunt hier niet staan want wij staan hier al. Het meisje heeft niet in haar hoofd om ergens anders te gaan staan en blijft duwen en wringen net zo lang tot ze er tussen staat. Een van de jongens is het hier totaal niet mee eens, hij pakt haar arm, trekt haar tussen hem en zijn vriend uit en gaat terug op zijn eigen plek staan. Aan zijn gezicht kun je duidelijk zien dat hij boos is.

Deze boosheid komt door het feit dat het meisje niet naar hem luistert. In eerste instantie probeert hij duidelijk zijn grens aan te geven. Ik sta hier al en jij mag achter in de rij gaan staan. Dat is de eerste keer dat hij zijn grens aangeeft, want hij wil niet dat zij op zijn plek gaat staan.

Na een tweede keer zeggen dat hij het niet fijn vind en dat het meisje moet stoppen begint hij al meer geïrriteerd te worden.

Wanneer het meisje hem gewoon aan de kant duwt en over zijn grens heen gaat wordt deze jongen boos omdat er over zijn grens heen gegaan wordt.

Een voorbeeld uit de praktijk hoe je ziet dat een kind wat wel durft zijn grens aan te geven boos wordt wanneer er iemand over zijn grens heen gaat.

Bij kinderen en jongeren die het moeilijk vinden om hun grens aan te geven begint deze boosheid ook te borrelen wanneer iemand over de grens heen gaat.

Maar omdat het niet durft aan te geven waar zijn grens is of wanneer iemand er overheen gaat blijft deze boosheid hangen tot thuis en komt dan alles eruit of wordt zo’n kind ineens heel boos op iemand anders terwijl de ander niet weet waarom omdat er niet duidelijk een grens wordt aangegeven.

In mijn praktijk leer ik kinderen en jongeren die onzeker zijn en bouwen aan meer zelfvertrouwen hoe je in kleine stapjes je grenzen kunt aangeven.

Nee zeggen als je iets niet fijn vind, een stevige houding aannemen, eerst bij een bekend persoon beginnen met grenzen aangeven zoals thuis tegen broertjes en zusjes, en zo bouwen we dit langzaam uit totdat ze echt goed weten hoe ze hun grens kunnen aangeven.

Want het is heel belangrijk om te zeggen STOP. Tot hier en niet verder. Ik wil dit niet.

Dan is het duidelijk waar de grens ligt.

Dan nog is het niet gezegd dat iemand ernaar luistert, dat zag je in het voorbeeld, maar wanneer het kind of de puber dan boos wordt is het wel duidelijk waarom. Hij heeft zijn grens aangegeven en er is niet naar geluisterd.

De functie van boosheid is dus onder andere je grens aangeven en laten zien dat iemand over je grens gegaan is.

Terug naar berichten