Selecteer een pagina

Een boek wat ik veel gebruik in mijn praktijk is Tijger, Tijger is het waar.

In dit boek komen 4 vragen naar voren die je aan het denken zetten over je eigen gedachten.

Want is het wel echt waar wat je denkt. En kan het ook op een andere manier.
Helpen je gedachten je verder of werken ze je tegen.

In veel gevallen is het zo dat je gedachten je onzeker maken.

Kan ik het wel, het lukt me toch niet, wat als….

In dit boek word op een leuke en duidelijke manier vertelt hoe je gedachten werken en wat voor invloed dit heeft op jezelf en op de mensen om je heen.

Eigenlijk is het elke keer een soort schema waar je doorheen gaat.
Er gebeurt iets, daar heb je een gedachten over, daar krijg je een gevoel bij, en dit zorgt voor je gedrag.

Ik zal een voorbeeld geven.

Vroeger als klein kind was ik bang voor wespen (en nu nog wel een beetje)
Dit komt, omdat ik ooit gezien heb hoe mijn moeder gestoken werd door een wesp en toen een hele dikke rode plek op haar been kreeg. Dit maakte erg veel indruk op mij.

De gebeurtenis is: ik zie een wesp.
Mijn gedachten: als ik geprikt wordt door een wesp doet dat heel veel pijn en krijg ik een grote rode plek waar ik geprikt wordt.
Mijn gevoel: angst. Ik vind wespen eng.
Gedrag: paniek wanneer ik een wesp zie en het liefst ren ik dan hard weg.

Dit zijn niet helpende gedachten. Ik het boekje word gevraag is het echt waar wat je denkt. In het geval van mijn voorbeeld is dat Nee. Niet iedereen wordt door een wesp geprikt en ook niet iedereen krijgt er een reactie op.

Wanneer je dus de gedachten omdraait naar een helpende gedachten krijg je de volgende situatie.

De gebeurtenis: Ik zie een wesp
Mijn gedachten: een wesp, blijf rustig, de meeste wespen doen helemaal niets.
Mijn gevoel: een beetje zenuwen, maar ik probeer rustig te blijven.
Gedrag: ik blijf zitten en wacht tot de wesp zelf weg vliegt.

Zie je wat je gedachten met je doen. Dat is de reden dat ik dit boekje heel vaak inzet bij kinderen om ze op die manier te laten zien dat je eigen gedachten je bang, boos of verdrietig en onzeker maken.

En natuurlijk mogen al die emoties er zijn. Dat is juist goed. Maar het is ook goed om je bewust te worden van wat je gedachten met je doen. Daardoor kun je misschien iets minder boos worden de volgende keer, of je bent minder bang wanneer je een spin, wesp of tandarts ziet.

Als oefening geef ik vaak de huiswerkoprdracht mee om een week lang op te schrijven welke gedachten je in je hoofd heb en of ze je helpen of dat ze je juist onzeker, bang of boos maken.

Probeer het zelf ook maar eens.

Schrijf al je niet helpende gedachten op en probeer dan een helpende gedachten ertegenover te zetten. Wanneer je dan weer in een soort gelijke situatie komt kun je misschien die helpende gedachten oproepen om je minder onzeker, boos of bang te maken.

Ik ben heel benieuwd of het lukt. Laat hem me weten in een reactie.

×