Faalangst ontwikkel je zelf.

Faalangst ontwikkel je zelf.

Uren zit hij op zijn kamer wanneer er een toest op de planning staat. Elke dag komt hij uit school en gaat gelijk naar boven om te leren. En wanneer hij meer dan 1 toets heeft dan zit hij tot het avondeten boven en daarna ook nog minimaal een uur. En dan moet al het andere huiswerk ook nog gedaan worden.

Hij is zo bang dat hij fouten maakt. Hij wil een goed cijfer halen en al de stof in zijn hoofd stampen.

En dan is daar het moment van de toets. Hij mag beginnen. De eerste vraag weet hij wel. De 2e ook nog maar dan gaat het mis. Hij begint te zweten, krijgt hartkloppingen en weet niets meer. Geen enkel antwoord kan hij met zekerheid invullen en wanneer de tijd om is heeft hij bij een heleboel vragen zomaar wat ingevuld.

Het resultaat van deze toets. Een onvoldoende. Alweer. En die uren op zijn kamer, zijn allemaal voor niets.

Faalangst is een onderwerp wat veel te maken heeft met onzekerheid en emoties. Faalangst is angst om fouten te maken.
Kinderen en jongeren die faalangst hebben willen geen fouten maken en zitten daarom soms uren op hun kamer te leren. En wanneer ze dan de toets krijgen hebben ze een black-out en weten ze niets meer. Of ze halen alleen maar hele goede cijfers en een 7 is voor deze kids niet goed genoeg.

Er zijn verschillende soorten faalangst.

Kinderen die uren aan het leren zijn.
Op school lijkt er niet veel aan de hand met deze kinderen. Ze doen hun best, luisteren goed naar de uitleg en hebben goede cijfers. Maar wanneer ze thuis zijn dan zitten ze ook alleen maar huiswerk te maken en te leren. Ze gunnen zich weinig tijd om te ontspannen en om leuke dingen te doen met vrienden. Wanneer ze gevraagd worden door vrienden is hun antwoord vaak nee, ik moet nog leren, of nee ik moet mijn huiswerk nog afmaken.

Kinderen die veel onvoldoendes halen.
Deze kinderen doen heel erg hun best op het leerwerk en zitten ook echt serieus te werken en te leren maar ondanks dat halen ze slechte cijfers. Wanneer ze thuis zijn weten ze alles en als de toets voor hun ligt weten ze ineens niets meer. Erg frustrerend en elke keer een slecht cijfer is ook niet erg motiverend om door te gaan met leren.

Kinderen die in de klas niets durven zeggen.
Je hebt ook sociale faalangst. Als ik nu het verkeerde antwoord geef als de leraar wat vraagt of als een klasgenoot ineens iets vraag. Ze beginnen te zweten, worden rood, gaan stotteren en voelen zich heel ongemakkelijk. Ze weten vaak het antwoord op de vraag van de leerkracht wel maar komen gewoon niet uit hun woorden. Bang om het fout te doen.

Al deze vormen van faalangst zorgen voor behoorlijk wat frustratie en soms ook echt boosheid. Want waarom haal ik alleen maar slechte cijfers. Hoezo durf ik ineens niets meer te zeggen als iemand wat aan me vraagt en waarom zit ik uren aan mijn huiswerk.

Faalangst ontwikkel je zelf.

Ik vind het voor de kinderen en jongeren die faalangst hebben erg vervelend dat ze zich zo voelen. Maar vaak zijn ze zelf degene die het moeilijk maken. En dan vooral de gedachten die ze in hun hoofd hebben.

Die gedachten zorgen ervoor dat ze zich onzeker gaan voelen en dat ze bang zijn om fouten te maken. Want als ik iets fout zeg gaat de hele klas lachen. Of als ik een slecht cijfer haal dan denken ze allemaal dat ik dom ben.

Al die stemmetjes en gedachten in je hoofd is niet fijn. En om die negatieve gedachten om te buigen naar positieve gedachten valt ook niet mee. Maar vaak is dat wel de oplossing voor faalangst. Wanneer je de gedachten in je hoofd hebt dat je fouten mag maken en dat iedereen wel eens iets zegt wat niet goed is krijg je al veel meer rust.

Maar hoe doe je dat dan die helpende gedachten in je hoofd krijgen.


Ik geef vaak als advies aan mensen met faalangst ga eerst eens een lijst maken met al je negatieve gedachten. Dus welke stemmetjes hoor je elke keer als er een toets begint, of wat voor gedachten schieten er door je hoofd al een leraar iets aan je vraagt?

Schrijf al die gedachten maar eens op. Dan krijg je gelijk inzicht in wat er allemaal in je hoofd gebeurd.
Als je dat gedaan hebt dan ga je tegenover al die negatieve gedachten een helpende of positieve gedachten zetten.

Bijvoorbeeld:
Mijn negatieve gedachten als de leraar wat vraagt is: Wat zullen alle andere van mij denken.
Je helpende gedachten kan dan zijn: Ik weet het antwoord en iedereen zegt wel eens iets wat niet klopt.

Als je dan een lijst met helpende gedachten hebt ga je die elke dag lezen en oefenen. Daardoor gaat het steeds makkelijker om positieve gedachten te denken en is de angst om fouten te maken ook steeds minder.

Hierdoor voel je je al een stuk minder onzeker en gaan je cijfers misschien ook omhoog. Hoe tof zou dat zijn.

Heeft jouw kind angst om fouten te maken en denk je dat het faalangst heeft?

Ik heb een coachtraject in mijn praktijk waarin ik met jouw kind ga werken aan meer zelfvertrouwen. We gaan samen met die helpende gedachten aan de slag en doen heel veel oefeningen om de faalangst de baas te worden.

Door dit traject gaat jouw kind weer stevig in zijn of haar schoenen staan. Krijgt het meer zelfvertrouwen. Is het de baas over zijn of haar emoties en krijgen jullie veel meer rust in het gezin doordat jouw kind geen uren meer boven huiswerk zit te maken.

Wil je meer weten over dit traject of gratis en vrijblijvend kennis maken met mij?
Maak dan een afspraak voor een gratis kennismakingsgesprek.

Klik hier voor het maken van een afspraak

Mijn kind wil niet naar school

Mijn kind wil niet naar school

Kinderen die gepest worden zullen hier niet snel over praten. Ze schamen zich en ze zijn bang dat als ze erover praten dat het pesten erger wordt.

Maar ondertussen krijgen ze er zelf steeds meer last van.
Hoofdpijn, buikpijn, stress, depressieve gevoelens, een laag zelfbeeld, onzeker zijn over alles wat ze doen.

Ze zijn bang dat wanneer ze er met iemand over praten een leraar of een ouder dat het pesten erger word omdat er dan volwassenen zich ermee gaan bemoeien. Dat de pesters worden aangesproken wanneer hun naam genoemd word en dit zorgt dat het pesten meer of erger wordt.

Wanneer ze thuis komen uit school gaan ze vaak naar hun kamer om daar te huilen of boos te worden op wat er allemaal weer is gebeurd die dag. Bij lichamelijke klachten of zichtbaarheden verzinnen ze een verhaal. Ik ben gevallen, ik ben tegen de deur gelopen, we deden voetbal.

Erover praten willen ze niet.

Smoesjes verzinnen, de waarheid verzwijgen. Ook dit gaat aan ze knagen en ze gaan zich schuldig voelen. Maar erover praten willen ze niet.

Tot er iets gebeurt thuis waardoor ze het wel moeten vertellen. Wanneer een broer of zus ze bijvoorbeeld voor de grap een tik geven of iets zeggen wat niet zo leuk is en het gepeste kind daar zo heftig op reageert dat je als ouder denkt hier zit veel meer achter. Dat ze wel moeten vertellen wat er aan de hand is.

Ook dan voelen ze zich schuldig maar een lucht het enorm op om te vertellen dat ze gepest worden op school. Dat daar die blauwe plekken en kapotte broeken vandaan komen. Dat daarom de cijfers niet goed zijn en dan dat het daarom zo vaak hoofdpijn en buikpijn heeft en niet meer naar school wilt.

Vraag er als ouder zelf naar.

Wanneer jij vermoed dat er iets aan de hand is met jouw kind wacht dan niet tot het zelf komt vertellen wat er aan de hand is. Want dit gebeurt dus vaak niet. Of ze verzinnen een mooi verhaal.

Wanneer jij denkt dat er meer aan de hand is vraag er dan zelf naar. En kijk dan hoe je kind reageert. Benoem wat je ziet. Je gaat vaak naar je kamer, hebt weinig vrienden, je cijfers zijn niet zo heel goed, je kleren zijn vaak kapot en je hebt veel blauwe plekken. Als een van ons in het gezin iets aan je vraagt ben je heel kortaf en vaak snel boos. Kan het zijn dat er iets aan de hand is.

Wanneer je kind gaat vertellen wat er aan de hand is zal het voor hem of haar een opluchting zijn maar kan het voor jou als ouder een schok zijn. Houd hier rekening mee. Of wanneer je kind niet jou in vertrouwen neemt maar een leerkracht, tante, buurvrouw, sporttrainer neem dat je kind niet kwalijk. Die personen staan er nog iets verder vanaf en dat maakt het voor een kind soms makkelijker om te vertellen dan aan jou als ouder. Want ze voelen zich schuldig dat ze het zo lang stil hebben gehouden.

Als jouw kind aan je vertelt hebt dat het gepest word ga dan hulp zoeken.

Samen naar een leerkracht, praat met een vriendin of ga naar een kindercoach. Zij kunnen een luisterend oor bieden en jullie verder helpen.

Ik heb een speciaal traject in mijn praktijk waar ik kinderen die gepest worden help om te bouwen aan meer zelfvertrouwen en hierdoor om weten te gaan met het pestgedrag en steviger in hun schoenen komen te staan.

Wil je meer weten over dit traject neem dan contact op voor een vrijblijvend kennismakingsgesprek.
Klik hier om een afspraak te maken voor een gratis en vrijblijvend kennismakingsgesprek

Heb jij een vermoede dat jouw kind gepest word of dat er iets aan de hand is, praat erover met je kind. Je kind vind het waarschijnlijk (te) moeilijk om met jou te komen praten. Je helpt je kind door de eerste stap te zetten!!

×